zoeken

Alleenwerk

Onder alleenwerk wordt verstaan: dat iemand werkzaamheden uitvoert zonder dat er collega’s of andere mensen binnen gehoorsafstand en gezichtsveld zijn. Bijvoorbeeld door het werken op afgelegen plekken in een hogeschoolgebouw of op uitzonderlijke tijdstippen. Het gaat niet alleen om alleenwerk onder risicovolle omstandigheden (zoals in een lab of bij werkzaamheden met machines), maar om alle werkzaamheden die buiten gehoorsafstand en gezichtsveld van anderen worden verricht. Denk ook aan beeldschermwerk of schoonmaakwerk in de avond of een laatste ronde door een gebouw.

Inhoud

Alleenwerkenden lopen extra risico’s, met name na een ongeval of incident: als men in een hulpbehoevende situatie komt en zelf niet meer in staat is om hulp van anderen in te roepen. Daardoor wordt hulpverlening (veel) later gestart. De problematiek wordt groter als na het incident een machine of installatie ongecontroleerd in bedrijf kan blijven.

Normen

De Arbowet geeft geen speciale eisen voor alleenwerken. Een werkgever is verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkplek voor medewerkers, ook als zij alleen werken. Deze verantwoordelijkheid dient als volgt te worden vormgegeven:

  • De werkzaamheden dienen zodanig georganiseerd te worden dat alleen werken zo veel mogelijk wordt voorkomen.
  • Werk bij bijzonder risicovolle werkzaamheden altijd met minstens twee personen, bijvoorbeeld bij:
    • werken in besloten ruimten
    • risicovolle werkzaamheden in werkplaats en praktijkruimten zoals lassen, zagen e.d.
    • werken met risicovolle laboratoriumopstellingen
    • risicovolle werkzaamheden op hoogte
    • risicovolle werkzaamheden met elektriciteit
    • werkzaamheden met risicovolle hoeveelheden verstikkende, acuut toxische, reactieve, bijtende, zeer ontvlambare of explosieve stoffen.

Deze werkzaamheden mogen niet door een alleenwerkende worden uitgevoerd. Leg vast om welke werkzaamheden in de hogeschool het precies gaat.

  • Alleen werken is uitgesloten voor:
    • Personen met gezondheidsrisico’s als epilepsie, evenwichtsstoornissen, hartafwijkingen of personen die medicijnen gebruiken die het reactievermogen beïnvloeden. Medewerkers die alleen werken worden opgeroepen om, als zij deze gezondheidsproblemen hebben, contact op te nemen met de bedrijfsarts om te bespreken of zij nog alleen mogen werken.
    • Studenten in risicovolle omgevingen zoals sommige praktijkruimten.
  • Besteed in de RI&E expliciet aandacht aan de risico’s van alleenwerken.
  • Zorg dat de werkzaamheden zo georganiseerd worden dat deze ook alleen op een veilige wijze uit te voeren zijn:
    • Zorg voor veilige arbeidsmiddelen die gekeurd en goed onderhouden zijn. Zie ook het thema Machineveiligheid in deze arbocatalogus.
    • Zorg voor aantoonbare instructies aan alleenwerkenden, gericht op de risico’s en de te nemen maatregelen bij Bij voorkeur een combinatie van mondelinge en schriftelijke instructies.
    • Registreer als medewerkers alleen werken, zodat bekend is waar, wanneer en wie alleen werken. Dit kan zowel schriftelijk als automatisch (met een elektronische pas), of mondeling bij bijvoorbeeld een baliemedewerker, leidinggevende of, in het geval van een student, bij een docent.
    • Zorg dat de alleenwerkende op de hoogte is van de bedrijfshulpverlenings-procedures en in staat is om bij een calamiteit snel adequate hulp in te roepen. 
    • Overweeg speciale (technische) voorzieningen zoals:

      • De afspraak dat als iemand enige tijd alleen moet werken (bijvoorbeeld bij een storing in de nacht) een ander persoon of meldkamer steeds na een afgesproken tijdsinterval belt (bv een uur)
      • Een ‘man-down systeem’, een op het lichaam gedragen telefoon of lichaamskastje. Die apparatuur meldt bij een meldkamer wanneer de drager op de grond valt of een tijdje zich niet beweegt. Deze middelen voor alarmering moeten steeds getest worden voordat het alleen werken begint.
      • Een panic button/paniekknop die de alleenwerkende om draagt en waarmee hij/zij alarm kan slaan.
      • Een timer waardoor alarm geslagen wordt als een medewerker langer dan verwacht bezig is.

Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor een goed werkend meldpunt. Daar moet men ervoor zorgen dat de hulpvraag, met alle belangrijke informatie, op de juiste manier bij de hulpverleners komt.

    • Zorg dat er directe toegang is, zowel voor externe als interne hulpverleners en dat tegelijkertijd ongenode derden afdoende worden geweerd.
    • Instrueer de alleenwerkende dat alle gevaarlijke situaties en (bijna) incidenten die zich voordoen altijd aan de leidinggevende doorgegeven worden.
    • De alleenwerkende behoort onder alle omstandigheden via een zo kort mogelijke en afdoende verlichte en bewegwijzerde vluchtweg van de werkplek te kunnen vluchten, zonder dat hij obstakels op zijn weg vindt en zonder gebruikmaking van bijzondere hulpmiddelen. Alle noodzakelijke sleutels en/of andere instrumenten bevinden zich onder direct (zichtbaar) handbereik van de alleenwerkende.
    • Maak afspraken over het veilig openen en sluiten van een hogeschoolgebouw, voorkom zoveel mogelijk dat openen of sluiten door een medewerker alleen wordt gedaan.

  • Leg bovenstaande zaken vast in een schriftelijke werkwijze/procedure voor alleenwerken.
Terug naar overzicht